Proces:
De manier waarop iets tot stand komt. 


Vorm:
Houding / methode waarop je iets doet:
  • Onderzoeken
  • Denken
  • Ontwerpen
  • Produceren
  • Organiseren


Ruimte:
Ruimte is tijd.
Werkruimte is procesruimte.

  • Bureau - Ruimte om iets wat nog niet bestond, te doen laten ontstaan. 
  • Muur - Ruimte voor overzicht
  • Archief - Ruimte om kennis op te slaan of te raadplegen


Gereedschap:
Wat men nodig heeft om iets te kunnen vormen.

Materiaal:
Input waar men vorm aan kan geven.